Beginselen voor goed openbaar bestuur

dilemmics logo

Beginselen van de democratische rechtsstaat vormen in Nederland het kader van ons functioneren. In 2009 is door de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Ter Horst de code voor goed openbaar bestuur vastgesteld om overheid breed toegepast te gaan worden. In deze code voor goed openbaar bestuur is te vinden wat de basale beginselen van goed openbaar bestuur zijn in onze democratische rechtsstaat. Het is een informeel instrument is dat een beroep doet op de eigen verantwoordelijkheid van besturen om een gewetensvolle invulling te geven aan hun taken en verantwoordelijkheden in het openbaar bestuur. Wij ondersteunen besturen hierbij met een op maat gemaakt programma. Deze code en dit programma nodigen uit tot zelfreflectie en vertaling naar de dagelijkse praktijk. Hieronder vindt u de gehele code met de 7 beginselen van goed bestuur:

  1. Openheid en integriteit
    Het bestuur is open en integer en maakt duidelijk wat het daaronder verstaat. Het bestuur geeft in zijn gedrag het goede voorbeeld, zowel binnen de organisatie als daarbuiten.
  2. Participatie
    Het bestuur weet wat er leeft in de maatschappij en laat zien wat het daarmee doet.
  3. Behoorlijke contacten met burgers
    Het bestuur zorgt ervoor dat hijzelf en de organisatie zich behoorlijk gedragen in contacten met burgers.
  4. Doelgerichtheid en doelmatigheid
    Het bestuur maakt de doelen van de organisatie bekend en neemt de beslissingen en maatregelen die nodig zijn om de gestelde doelen te behalen.
  5. Legitimiteit
    Het bestuur neemt de beslissingen en maatregelen die het mag nemen en die in overeenstemming zijn met geldende wet- en regelgeving. De beslissingen zijn te rechtvaardigen.
  6. Lerend en zelfreinigend vermogen
    Het bestuur verbetert zijn prestaties en die van de organisatie, en richt de organisatie hier op in.
  7. Verantwoording
    Het bestuur is bereid zich regelmatig en ruimhartig jegens de omgeving te verantwoorden.