Gedragscode

KnipselDilemmics adviseert organisaties bij het ontwikkelen van een gedragscode. Vanuit onze visie trachten wij hierbij een verbinding tot stand te brengen tussen een moreel leerproces en een handhavingspraktijk. Dit gebeurt in samenwerking met medewerkers van de betreffende organisatie en krijgt zijn neerslag in de gedragscode, die als leidraad kan dienen voor integer handelen. Deze gedragscode wordt dan ook onder alle medewerkers verspreid.

De gedragscode speelt een cruciale rol in een integere organisatie. Zoals in het schema van het ‘integriteitsgebouw’ is weergegeven vervult het een scharnierfunctie:

  1. dit maakt enerzijds een morele beoordeling van concrete, praktische werksituaties mogelijk; anderzijds wordt de gedragscode door het morele leerproces verrijkt met ervaringen en beslissingen uit de praktijk (punt 1 t/m 4 van het ‘bouwschema’);
  2. de gedragscode reguleert enerzijds het handelen en maakt anderzijds beoordeling van het handelen en handhaving mogelijk (punt 6 t/m 8 van het ‘bouwschema’); eventuele integriteitsschendingen of overtredingen van de gedragscode dienen tot gefundeerde en rechtvaardige disciplinaire maatregelen te leiden.

De gedragscode is dus zowel een groeidocument als een normerend document. Wat staat er in de gedragscode? Lees meer ...

In het algemeen staan in de gedragscode de basiswaarden of kernwaarden van de organisatie beschreven. Dit zijn vaak abstracte waarden die ten grondslag liggen aan de specifieke dienstverlening of werkzaamheden van de organisatie. Verder zijn hierin voor de organisatie kenmerkende en geldende normen of (gedrags-)regels opgenomen. Tot slot bevat de gedragscode enkele voorzieningen en maatregelen die gericht zijn op het bevorderen van integriteit binnen de eigen organisatie.

Het is mogelijk om het moreel handvest te combineren met de gedragscode, maar het verdient aanbeveling om dit te scheiden en een eigen plaats te geven binnen het integriteitsbeleid. De belangrijkste reden hiervoor ligt in de regels waarin de opgebouwde morele kennis en ervaringen zijn neergelegd. Deze regels vormen op hun beurt de grondslag voor de handhavingspraktijk en zijn als zodanig meer een juridische dan een morele toetssteen. De cruciale functie van de gedragscode komt zo in elk geval explicieter tot uitdrukking.

In de publieke sector is een gedragscode wettelijk voorgeschreven. De Ambtenarenwet (Artikel 125 quater, onderdeel c) vermeldt expliciet de verplichting voor overheidsorganisaties om een gedragscode voor goed ambtelijk handelen tot stand te brengen. Preventief integriteitsbeleid prevaleert. De gedragscode is daarbij een aanvullend instrument op de bestaande wet- en regelgeving en een nadere concretisering van het ethische afwegingskader waarbinnen de ambtenaar dient te handelen.

In de private sector kennen we vooral de code Tabaksblat voor grote ondernemingen. Een commissie o.l.v. voormalig Unilever-topman Brugmans beval in 2008 verder aan, dat elke onderneming met meer dan vijftig werknemers een MVO-beleid moet hebben en daar jaarlijks over dient te rapporteren aan aandeelhouders en aan andere belanghebbenden. De gedragscode is hiervan een onderdeel. Volgens het MVO-platform legt een onderneming in de gedragscode haar beleidsuitgangspunten ten aanzien van maatschappelijk verantwoord ondernemen vast. In de private sector lijken gedragscodes echter eerder een juridisch product te zijn, dan het resultaat van een moreel bewustwordingsproces. Het lijkt dan ook vooral het gedrag van (toeleverings-)bedrijven, of van een gehele sector, te reguleren en minder richtlijnen te bieden voor het individuele handelen van leiding of van werknemers. Juist op dit terrein zou Dilemmics haar bijdrage kunnen leveren.