Moresprudentie

KnipselNaar analogie met het recht, waar gerechtelijke uitspraken worden vastgelegd in de vorm van jurisprudentie, kunnen organisaties ook moresprudentie ontwikkelen. Dit betreffen morele beslissingen uit de praktijk, die als leidraad kunnen gaan fungeren voor leidinggevenden en medewerkers bij toekomstige, soortgelijke morele dilemma’s of vraagstukken. Moresprudentie wordt vooral opgebouwd uit beslissingen die voortkomen uit het moreel overleg. De behandelde casussen worden daarin kort beschreven, de afwegingen worden inzichtelijk weergegeven en de beslissing of oplossing wordt eenduidig vastgesteld.

Dilemmics kan door IT-specialisten of door eigen medewerkers van de organisatie webapplicaties laten ontwikkelen. Hierdoor kan deze ontwikkelde morele kennis transparant, geborgd en toepasbaar worden gemaakt voor iedereen binnen de organisatie. Bovendien kan dit instrument dienen om analyses te maken van ontwikkelingen en daarmee aanpassingen in het integriteitsbeleid mogelijk maken. Dit kent echter wel enkele voorwaarden:

  • casussen en beslissingen dienen geanonimiseerd te worden, d.w.z. niet herleidbaar te zijn naar concrete personen of concrete voorvallen;
  • aangezien casussen vertrouwelijk worden behandeld, dienen de betrokkenen hun toestemming te geven om een casus ter lering aan de organisatie aan te bieden (zie ook het moreel overleg).
Lees meer ...
Concreet kan dit digitale programma functies vervullen voor zowel het morele leerproces, als de handhavingspraktijk (zie schema integriteitsgebouw).

Ten aanzien van het morele leerproces kan de organisatie laten zien:

  • dat het werk maakt van een integere organisatie;
  • door het rapporteren van concrete morele casussen en afwegingen; dit op te slaan en beschikbaar te stellen aan de organisatie;
  • door het categoriseren van kerndilemma’s in de organisatie;
  • dat dit instrument een ‘barometer’ functie kan vervullen: de frequentie en aard van de aangeleverde moresprudentie geeft een indicatie voor de kwaliteit en de ontwikkeling van het integriteitsbewustzijn en van het morele leerproces van de medewerkers in de organisatie;
  • dat dit instrument inzicht verschaft in een morele praktijk en interventiemogelijkheden biedt voor trainingen, workshops e.d.;
  • dat dit instrument aanleiding biedt om integriteitsvraagstukken te onderzoeken en om aanpassingen in integriteitsbeleid mogelijk te maken;
  • dat dit instrument medewerkers kan ondersteunen bij subsidieverlening, vergunningen, toezicht, inkoop of bij het ‘Nieuwe Werken’, etc;
  • dat dit instrument de werking versterkt van de gedragscode;
  • dat dit instrument de praktijk van het geregelde moreel overleg kracht bij zet;
  • dat dit instrument de effectiviteit van de training morele oordeelsvorming toont;
  • dat dit instrument het morele bewustzijn van individuele medewerkers op peil houdt.

Ten aanzien van de handhavingspraktijk laat de organisatie zien:

  • dat integriteitsschendingen of overtredingen van de gedragsregels worden aangepakt, dat de organisatie het er niet bij laat zitten;
  • dat input geanonimiseerd en samengevat aangeleverd kan worden door specifieke integriteitsfunctionarissen zoals risicoanalisten, onderzoekers en de integriteitscoördinator;
  • dat aan de hand van voorbeeldcasussen zichtbaar wordt welke sancties er zijn opgelegd ten aanzien van een specifieke integriteitsschending of overtreding van de gedragsregels;
  • dat het bewustzijn van de medewerkers versterkt wordt ten aanzien van het belang van het eigen integere handelen en van de eigen bijdrage aan de ontwikkeling van een integere organisatie.