Private sector

dilemmics

De economische werkelijkheid ontwikkelt zich voortdurend. Deze ontwikkeling vindt niet plaats volgens vaststaande regels of wetmatigheden en kan ook niet toereikend worden afgedekt door wetten of door regels waarnaar kan worden gehandeld. De economische werkelijkheid staat nu eenmaal niet ‘zwart op wit’. Menselijk handelen wordt door vele factoren bepaald en niet uitsluitend door wetten of regels. Vaak is men hiervan zelfs niet of nauwelijks op de hoogte. Veel regelgeving is ook erg complex en het handelen volgens de regels is werk van specialisten geworden. Compliance, beleid met een oriëntatie op wetten en regels, volstaat daarom niet. Er is dan ook meer nodig om het zakenleven in goede banen te leiden.

In de dagelijkse praktijk bestaat er dan ook een grijs gebied waarbinnen economisch en ook integer gehandeld dient te worden. Volgens Dilemmics is het bevorderen van de eigen verantwoordelijkheid van medewerkers, van hun professionaliteit met betrekking tot het maken van eigen afwegingen, tot het nemen van integere beslissingen, hierbij vooral aan de orde. Dit is productief, bevordert de kwaliteit van beslissingen en de organisatiecultuur,  en helpt integriteitsschendingen, boetes en reputatieschade te voorkomen. Met enige regelmaat geven de media aandacht aan integriteitsschendingen en aan alle schadelijke gevolgen van dien. Dit duidt er dan ook op, dat er meer nodig is dan uitbreiding en aanscherping van regels. Hier ligt een uitdaging voor iedere onderneming om eerlijk en succesvol zaken te doen, om de betrouwbaarheid en het bedrijfsimago te versterken. Als onderneming draagt Dilemmics daaraan graag haar steentje bij. Lees meer ...

Ofschoon uit een rapport van Transparancy International (TI) uit 2014 blijkt, dat Nederland zeer goed scoort op de fraude en corruptie index, blijkt uit de aanbevelingen van de NIS Landenstudie van TI-Nederland toch ook, dat zowel bij het bedrijfsleven, als bij de burgers de indruk overheerst, dat corruptie toeneemt in Nederland (ook uit een studie van Ernst & Young blijkt dat 23% van de werknemers corruptie vermoedt in de eigen bedrijfsbranche). De bescherming van de integriteit bij ondernemingen zou in gevaar worden gebracht, doordat er relatief weinig wetsartikelen in het strafrecht betrekking hebben op corruptie tussen private partijen. Ook zou de regelgeving vooral betrekking hebben op compliance, maar is deze niet toegesneden op kleine en middelgrote ondernemingen.

In ruimer verband gezien, verstoort corruptie het internationale speelveld van het bedrijfsleven, ondergraaft dit het vertrouwen in de politiek en kost dit bedrijven veel geld, aldus de International Chamber of Commerce (ICC). Voor Europese bedrijven zou het hierbij om 120 miljard euro per jaar gaan. Volgens de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) zou een anti-corruptiebeleid ook voor Nederland nodig zijn.

Opvallend genoeg ligt ook in deze rapporten de oriëntatie op wet- en regelgeving. Hiermee wordt de opvatting versterkt, dat integriteit vooral afhankelijk zou zijn van afdoende en duidelijke regels, dat integer handelen vooral regelgestuurd zou zijn. De vraag is echter, of in meer wet- en regelgeving de oplossing kan worden gevonden voor minder corruptie en meer integriteit. Wetten en regels vormen veeleer een rechtsgrond bij de handhaving, zij dienen minder voor het bevorderen van integere besluitvorming en integere handelen. Daar is meer voor nodig.

Na een integriteitsschending is uitbreiding van het compliance beleid of aanscherping van regels een bekende reflex. In het algemeen kan worden gesteld dat meer regelgeving tot minder duidelijkheid leidt en onvoldoende leidraad biedt hoe integer te handelen. Compliance beleid geeft in de regel slechts aan wat wel en wat niet is toegestaan, maar geeft niet aan hoe te handelen in concrete, praktische situaties, waarin regels niet (kunnen) voorzien. Regelgeving biedt daarmee geen garantie voor een integere organisatie, voor integere medewerkers, of voor het voorkomen van integriteitsschendingen. Want ook bedrijven als SBM en Siemens hadden een compliance beleid en een structuur met compliance functionarissen toen zij respectievelijk 192 miljoen en 2,3 miljard euro kwijt waren aan corruptie, boetes en juridische kosten (het boetedeel van 1 miljard euro is hierbij nog relatief laag; normaliter is dit 5 tot 10 keer het bedrag aan omkoping). De bijkomende reputatieschade valt echter niet te becijferen. In de Verenigde Staten constateerden zowel het Department of Justice als de SEC (de toezichthouder op de effectenbeurzen), dat Siemens er slechts op papier in geslaagd was maatregelen te treffen tegen omkoping en corruptie, zoals vereist in de Foreign Corrupt Practices Act. Niettemin verklaarde een senior executive van Siemens tegenover de Financial Times in 2008: “Siemens kan nu weer een normaal bedrijf worden“. Ook Simone Davina, General Counsel Legal & Compliance en lid van het Executive Management Team bij Siemens Nederland N.V., meldde in 2014 tijdens de 5e Henk van Luijk-lezing aan de Business Universiteit Nyenrode, dat regelgeving en een uitgebreid compliance-programma ervoor gezorgd hebben, dat er meer bewustwording is ontstaan en ‘de business weer zuiver wordt’. Deze uitspraak veronderstelt dat de business ooit zuiver was en met deze maatregelen de zuiverheid weer wordt hersteld. Maar waarom werkte dat eerdere compliance beleid bij Siemens dan niet? Op grond waarvan zijn de verwachtingen eigenlijk gerechtvaardigd dat meer regelgeving ook daadwerkelijk werkt?

Bij integriteitsschendingen in de private sector blijken eigenbelang, winstmaximalisatie en omzettargets veelal leidend te zijn geweest. Koste wat het kost. Met de rechten en belangen van ‘stakeholders’ werd daarbij onvoldoende of geen rekening gehouden. Daarentegen dreigen medewerkers op het niet behalen van omzettargets individueel te worden afgerekend of afgeschreven. Deze handelwijze heeft dus zijn prijs voor zowel medewerkers als voor de organisatie. Ook handhaving van de vele regels is doorgaans voor de organisatie niet doenlijk meer. Veel bedrijven zijn dan ook met hun compliance beleid ‘out of control’. Veel bedrijven (MKB) kunnen zich een compliance afdeling überhaupt niet permitteren en lopen grotere risico’s op integriteitsschendingen.

Een integriteitsbewustzijn bij leidinggevenden en medewerkers lijkt door regelgestuurde beleid dan ook onvoldoende ontwikkeld te worden, oftewel,  hoe integriteitsrisico’s in concrete, praktische situaties te herkennen en hierop adequaat en integer te handelen. Niet alleen integriteit, maar ook de bedrijfscontinuïteit staat hierbij op het spel. Het zou dan ook raadzaam zijn om de verantwoordelijkheid voor het integere handelen niet alleen hoog, maar ook laag in de organisatie te organiseren en te ontwikkelen, dicht bij de alledaagse werkelijkheid. Niet alleen voor grote, maar ook voor kleine bedrijven. Integer handelen dient daarbij te worden opgevat als een professionele verantwoordelijkheid bij het maken van concrete keuzes en beslissingen, waarbij rekening wordt gehouden met de rechten en belangen van alle betrokkenen. Door te handelen vanuit deze professionele verantwoordelijkheid kunnen misstanden of schendingen beter worden voorkomen of tijdig worden gesignaleerd, worden besproken en worden aangepakt. Want uit de NIS landenstudie is ook gebleken, dat Nederlanders het moeilijk vinden om elkaar op integriteit aan te spreken. Juist in concrete gevallen, in praktische situaties wordt integer handelen werkelijkheid en niet slechts op papier door meer regelgeving. Dit vraagt om een verandering in de bedrijfscultuur, om een andere aanpak.

In tegenstelling tot ondernemers of leidinggevenden in de publieke sector, waarbij de maatschappelijke betrokkenheid en verantwoordelijkheid tot hun ‘core business‘ behoort, is deze betrokkenheid of verantwoordelijkheid voor ondernemers of leidinggevenden in de private sector niet zonder meer een gegeven. De focus ligt vooral op omzetverhoging, winstmaximalisatie en bedrijfscontinuïteit. Reflecterend op hun activiteiten kunnen zij dan ook vele vragen stellen met betrekking tot integriteitsvraagstukken:

  • Wat zijn de bedreigingen: Wat zijn de directe kosten van integriteitsschendingen (boetes, juridische kosten etc.)? Wat zijn de gevolgen voor imago- of reputatieschade? Komt de bedrijfscontinuïteit in gevaar door integriteitsschendingen?
  • Waarom regels? Wordt compliance vaak niet beschouwd als een hinderlijke inperking van de economische vrijheden, voor sales, voor efficiency, omzetverhoging en winstgevendheid en is het daarom niet profijtelijk om hieraan zoveel mogelijk te ontkomen? (zie o.m. de uitzending van Nieuwsuur en weblog 4 februari 2015). Onttrekt een woud aan regelgeving niet het zicht op de redenen voor het reguleren van economische activiteiten en eerlijke concurrentie, en daarom op de eigen verantwoordelijkheden in concrete, praktische situaties?
  • Werkt het? Wat is er nodig om een compliance beleid te laten werken voor de gehele onderneming, voor alle medewerkers? Zou compliance beleid niet veeleer een onderdeel van het integriteitsbeleid moeten zijn? Waar gaat het uiteindelijk om: regels volgen of verantwoord professioneel handelen?
  • Wat zijn de kosten en baten van een integriteitsbeleid? Wat kost het versterken van de eigen verantwoordelijkheid en wat levert het uiteindelijk op? Wat zijn de winstkansen met een samenhangend integriteitsbeleid? Draagt een samenhangend integriteitsbeleid bij aan Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen?

Wat dit laatste punt betreft, het ontwikkelen en ondersteunen van een integriteitsbeleid, kunnen er door Dilemmics perspectieven worden geopend en concrete bouwstenen worden aangereikt, die bijdragen aan:

  • promotie en imagoversterking door ‘good practices
  • verminderde kans op fraude en corruptie
  • verminderde kans op hoge boetes en imagoschade
  • verbeterde bedrijfsresultaten.

Ook de nieuwe bedrijfsleiding van Siemens lijkt leergeld te hebben betaald en sinds het corruptieschandaal hierop in te gaan zetten. Waar eerder een Duitse gerechtelijke onderzoeker sprak van “bribery was Siemens’ business model”, sprak Peter Solmssen, algemeen juridisch adviseur van de Siemens bedrijfsleiding, later in september 2013 voor het UN Global Compact Leaders Summit over een “cultuur van verantwoordelijkheid” als een duurzaam concept voor het economisch systeem en voor de bedrijfsvoering. Medewerkers dragen binnen deze voorgestelde bedrijfscultuur verantwoordelijkheid voor de integriteit. De vraag is echter hoe deze morele verantwoordelijkheid in de bedrijfscultuur wordt opgebouwd, verankerd en werkzaam wordt gemaakt. Dat is de uitdaging voor iedere onderneming. Daar draagt Dilemmics graag aan bij.